De ruigpootbuizerd lijkt sterk op de ongeveer even grote buizerd, maar heeft geheel bevederde poten. Het verenkleed van de ruigpootbuizerd is variabel van kleur, maar niet zo sterk als bij de buizerd. In de vlucht is de ruigpootbuizerd te herkennen aan de donkere achterrand van de vleugels en de donkere eindband. In vergelijking met de buizerd heeft de vogel langere vleugels en een langere staart.
De ruigpootbuizerd broedt in het noorden van Europa, maar trekt in de winter naar West- en Midden-Europa. Op heldere dagen in het voor- of najaar vliegt de vogel vaak op grote hoogte over Nederland. Wanneer de vogel gaat broeden hangt af van het voedselaanbod, in slechte jaren broedt de ruigpootbuizerd helemaal niet.
Het voedsel van de slechtvalk bestaat bijna alleen uit vogels, welke in een stootduik gegrepen worden. De slechtvalk begint de stootduik al op grote hoogte en begint de vlucht met een serie snelle vleugelslagen waarna een duikvlucht volgt. Hierbij kunnen snelheden tot meer dan 300 kilometer per uur bereikt worden, wat de slechtvalk tot één van de snelste dieren maakt. Met uitgestrekte poten stort de slechtvalk zich op de prooi, een goed geplaatste aanval wordt door de prooi zelden overleefd.
Vooral door het gebruik van pesticiden in de landbouw is de slechtvalk na de jaren 60 van de vorige eeuw sterk in aantal afgenomen. De vogel was zelfs als broedvogel uit Nederland verdwenen. Door intensief beleid en het plaatsen van speciale nestkasten op hoge objecten zoals de schoorstenen van elektriciteitscentrales broedt tegenwoordig weer een toenemend aantal slechtvalken in Nederland.
Jaap vd heide natuurfotografie
Het verenkleed van het vrouwtje is voornamelijk bruin van kleur. Het middelste gedeelte van de vleugels van het mannetje zijn grijs van kleur, terwijl de punten zwart zijn. De bruine kiekendief is in de vlucht te herkennen doordat de vogel met plotselinge wendingen laag over het land zweeft. De vleugels zijn wat breder dan de vleugels van andere kiekendieven en worden tijdens het zweven schuin opgeheven gehouden, zodat een V-vorm ontstaat. De bruine kiekendief jaagt voornamelijk op prooien als kleine zoogdieren, vogels en amfibieën, waarbij de vogel zich vanuit een stootduik bovenop de prooi stort.
De bruine kiekendief leeft voornamelijk in uitgestrekte moerassen, maar door het verdwijnen van veel van deze gebieden is de vogel de laatste eeuw sterk in aantal achteruit gegaan.
De buik en een gedeelte van de kop van de visarend zijn wit, terwijl de rug donkerbruin is. De vleugels zijn smal, lang en wit aan de onderzijde, zodat in de vogel in de vlucht grotendeels wit is. Het voedsel van de visarend bestaat vrijwel alleen uit vis en de vogel wordt meestal vliegend boven open water gezien. De visarend vliegt met een trage vleugelslag en jaagt soms ook biddend. De vis wordt gevangen vanuit een stootduik, waarbij de vogel de prooi met naar voren gerichte klauwen uit het water haalt, hierbij verdwijnt de visarend soms geheel onder water.
De rug van de torenvalk is roodbruin van kleur en bedekt met een donkere tekening. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door de grijze kop en de grijze staart. Op de staart van het vrouwtje bevinden zich donkere dwarsbanden, maar de staart van beide geslachten is voorzien van een zwarte eindband.
In de vlucht valt de torenvalk vooral op door de korte, spitse vleugels en de lange rechte staart. Ook hangt de vogel vaak biddend in de lucht, waarbij door een gespreide staart en het klapwieken van de vleugels dezelfde positie aangehouden wordt. Door stil in de lucht te hangen kan de vogel bewegingen op de grond gemakkelijker opsporen, waarna de prooi zoals muizen vanuit een stootduik gevangen wordt.
De wespendief lijkt vooral in de vlucht sterk op de buizerd. De wespendief is het best van de buizerd te onderscheiden door de langere staart met drie brede dwarsbanden, de smallere vleugels en de lange hals. De kop van het mannetje is enigszins grijs van kleur.
Grote insecten zoals bijen, wespen en hommels, maar ook hun larven vormen het belangrijkste voedsel van de wespendief. Bij gebrek aan insecten jaagt de vogel ook op kleine dieren. De wespendief is een schuwe vogel die zich maar zelden laat zien of horen. De vogel verraad zijn aanwezigheid in een gebied vaak door de restanten van uitgegraven wespennesten.
De wespendief broedt in vrijwel geheel Europa, maar trekt in de winter naar tropisch Afrika.