Het Aamsveen behoort tot een hoogveencomplex dat tienduizend jaar geleden na de laatste ijstijd tot ontwikkeling kwam. Het sponzige veenmos veroverde in steeds dikkere lagen een territorium van tweeduizend hectare. Tot het begin van de negentiende eeuw liet de mens zich nauwelijks zien in het vrijwel ontoegankelijke gebied. In 1949 kocht de Nederlandse staat de gronden ten zuidoosten van Enschede op en gaf het beheer in handen van de Dienst der Domeinen. Het doel was om het gehele hoogveengebied te cultiveren, maar dit plan is nooit uitgevoerd. In 1967 werd het beheer van het natuurgebied overgedragen aan Landschap Overijssel. Hiermee is het hoogveengebied behouden gebleven.
Kenmerkend aan het Aamsveen zijn de kluunplaatsen. Eeuwenlang hebben boeren uit de omgeving in het Aamsveen veen gestolen. De zware bonken veen werden neergelegd op een speciaal in het veen aangelegde plaats. Dit was de kluunplaats, ook wel kluundel genoemd. Het veen werd vermengd met water, en door ossen of paarden fijngetrapt tot een dikke brei. Klunen betekent dan ook stampen. De ondergrond van de kluunplaats bestond geheel uit veldkeien. In het midden was een paal geplaatst, daaraan werden de ossen of paarden vastgebonden. De kluunplaatsen worden al lang niet meer gebruikt, maar zijn door Landschap Overijssel in oude glorie hersteld.
Landschap, flora en fauna
In het natuurgebied Aamsveen is de overgang van hoogveen, via het beekdal van de Glanerbeek tot op de stuwwal van Enschede goed te zien. Het gebied is zeer afwisselend. Er zijn al dan niet afgegraven hoogveen en natte broekbossen. Op de heidevelden groeien de ruwe en zachte berk, ratelpopulier, zomereik, adelaarsvaren, blauwe en rode bosbes en struikheide. In de veenputten staan dopheide, veenmos, veenpluis en ronde zonnedauw. In het dal rond de Glanerbeek gedijen bosrus, moerasviooltje, wateraardbei, waternavel, biezekoppen en penningkruid. De natte schraalgraslanden bieden een goede ondergrond voor de blauwe knoop, kleine valeriaan, tormentil en kale jonker. En in de droge schraalgraslanden groeien de gevlekte orchis, klokjesgentiaan, boskartelblad en vleugeltjesbloem.
Ook de fauna is veelzijdig. Er zijn veel vlinders zoals het koolwitje, oranjetipje, citroenvlinder, dagpauwoog en de grote en kleine vos. En maar liefst 70 soorten broedvogels waaronder de zomertaling, wespendief, holenduif, koekoek, grote bonte specht, boompieper, winterkoning, tuinfluiter, tjiftjaf en fitis. Ook de groene en bruine kikker, heikikker, de levendbarende hagedis en de adder komen voor in het Aamsveen. Tot slot leven er hazen, konijnen, reeën, mollen, woelmuizen, muskusratten, hermelijnen en eekhoorns.